Wat is er gebeurd met ouderwets verlangen?

Sint heeft zijn hielen nog niet gelicht, of de schappen puilen alweer uit met kerstmeuk. Mensen, doe effe rustig.

Ik zal wel een ouwe sjaak zijn, maar toen ik op 27 november in de supermarkt was voor een zakje pepernoten, schrok ik me een hoedje. (even tussendoor: taaitaaipoppen, mensen, wat is er met de taaitaaipoppen gebeurd? Schier onvindbaar! Van de aardbodem verdwenen. Huilhuil). Het hoogtepunt van Sinterklaas moet nog komen, maar daar stonden ze al klaar om zichzelf in volle glorie te tonen. Kerstbomen. Op 27 november! Vanwaar die haast, jongens? Bang om de boot te missen? En zo ja, welke boot? De sinterklaasboot? Die is er nog, hoor! Kalmpjes aan met zijn allen.

Paasei onder de kerstboom

Zoals men tegenwoordig zegt ‘Ik vind er wat van’, nou ik vind er wat van. Namelijk; dat we even moeten in-en uitademen. Dat adrenalineniveau moeten laten zakken, commercieel gezien. Op 31 augustus signaleerde ik de eerste pepernoten, en het verbaast me eigenlijk dat de paaseieren niet al in de schappen liggen. Lekker, voor onder kerstboom! Ik snap het best hoor, dat we in een kapitalistische hemel leven waarin we zo veel mogelijk spulletjes*spulletjes*spulletjes moeten kopen, maar soms mis ik de tijd dat pepernoten maar drie weken per jaar beschikbaar waren. Toen was het nog bijzonder, een pepernoot. Mijn kinderen knagen er al maandenlang gedachteloos op, en het ergste: die dingen worden met zijn zo vele duizenden tegelijk uit de fabriek geramd, dat ze niet eens naar pepernoten smaken, maar naar mdf-plaat.

Verlangen is zo lekker

Wij, de consument, wij zijn maar bofkonten. En stiekem ook ietsje pietsje te verwend. Worden de boodschappen te laat bezorgd, krijgt de bezorger een bak ellende naar zijn hoofd. Komt een pakketje een dag te laat, staan social media vol gekrabbeld met woeste klachten. Duurde het te lang voor het voorgerecht werd geserveerd? Hoppa, -3 sterren op de site. We zijn verwend, ontevreden, willen alles, nu en wel meteen, zonder op onze beurt te wachten. En bedrijven bedienen op onze wenken. De klant is immers koning.
Het jammere: daarmee is een oud sentiment verdwenen, genaamd verlangen. Verlangen naar de koude dagen, een koude bries op je gezicht, de maan door de bomen en geritsel horen op het dak. Verlangen naar een stukje chocolade. Verlangen naar een knapperend haardvuur en een glimmend pakje in de zak. En verlangen, na al die barre, koude maanden, en hard werken op het platteland, naar de vrolijke paashaas die zijn eitjes komt brengen. Naar rokjesdag, de zon in je gezicht en bladeren aan de bomen. We hoeven niet meer te verlangen, we krijgen alles on demand, wordt ons door de strot geduwd. En we slikken het, want ja, best makkelijk toch? Maar of we er nou zo gelukkig van worden.

Zo dat was het weer voor deze week van jullie ouwe sjaak. Jij nog iets te verlangen in je leven?

LEES OOK: Q&A Met Sinterklaas

Briljant vegetarisch koken doe je (niet) zo

Duurzaam, groen, milieubewust: dat willen we allemaal want dat is überhip. Dus, hop, die keuken in voor een lekkere vega dish. En doe dit dan vooral NIET.

Vegetarische burgers, kaasschnitzels, groenteballetjes. Natuurlijk, die eten we vaak genoeg, want flexitariër (barf) zijn we al tijden. Jij ook, toch? Bij jou toch ook geen 200 gram rood rauw vleesch meer bij de maaltijd? Nee, dat is echt heel 1997, daar kun je nu echt niet meer mee aan komen zetten. Of met een varkentje aan het spit met een appeltje in zijn mond. Leuk, de marsepeinen versie, maar de vleesversie laten we lekker in de modder dollen.

Geplette groenteburger

Maar misschien herken je het volgende wel: zo’n saaie, supermarkt-geplette groenteburger bij het AVG’tje, dat is ook niet alles, vier keer per week. Dus pak ik tijdens een helder moment een van van mijn vegetarische kookboeken erbij om me te laten inspireren tot in zwartebonenpuree met tofu, kikkererwten in een fluwelen saus van tomaat of een fantastische bloemkoolkerrie, maar zodra ik aan het lezen sla, gebeurt er iets raars in mijn hoofd. Briljant vegetarisch koken, dat krijg ik nog niet voor mekaar. Ik krijg namelijk altijd last van een soort mindfuck in de categorie ‘Denk niet aan een roze olifant’. Maar ik doe mijn best hoor. 2020 zal veggie proof zijn. Enneh, als je nou denkt, waar gaat het mis – nou hier, bij dezen mijn monologue intérieur végétarien. Herkenbaar?! Ik hoop het (niet)…

  • Gut wat was dat kippetje gisteren lekker, zeg
  • Maar we willen natuurlijk niet vaker dan drie keer per week (wit) vleesch of vis
  • Want we zijn nette mensen, en nette mensen eten niet elke dag iets wat heeft geleefd
  • Ook al is het nog zo lekker
  • En biologisch
  • En duurzaam gevangen
  • Nee, die vegetarische vervangers zijn best te knagen
  • Zeker als je je ogen dichtknijpt
  • En er een dotje mayo en ketchup op flikkert
  • Maar vandaag willen we écht vega, dus een heleboel groenten
  • Dat moet, want die arme kinderen moeten 250 gram groenten per dag zien weg te hakken
  • En we willen ook een beetje milieubewust en klimaatpositief enzo
  • Dus effe je best doen, nu, Frank

* Pak het kookboek erbij *

  • Even bladeren hoor, bladeren bladeren
  • Hmm… dat ziet er best lekker uit
  • Curry met bloemkool
  • Plus een heleboel kikkererwten (800 gram? WTF, ga ik voor een weeshuis koken ofzo)
  • Oh, kijk nou hoe mooi dat eruitziet
  • (Als je van vegetarisch houdt, natuurlijk)
  • Ja, bloemkool met curry, dát gaan we eten
  • Heel exotisch
  • Zin in hoor
  • Jamie weet wel wat lekker eten is
  • Jamie gaat ook met zijn tijd mee

* Pakt het boodschappenlijstje erbij *

  • Even een boodschappenlijstje maken
  • Sjees wat heb ik veel spullen nodig voor dit gerecht
  • Hoeveel ingrediënten zijn dit wel niet? 83?
  • Oké, zilvervliesrijst, 800 gram kikkererwten dus, drie bloemkolen (?!?!)
  • Ik mis nog iets, ik mis nog iets…
  • Wat zou hier nou nog echt lekker bij zijn?!?!?!
  • Ik zoek iets met een extra bite?
  • Wat naanbrood, dat sowieso
  • Maar nog iets anders
  • Iets met smaak
  • Iets met pit
  • Iets om even op te kauwen
  • Ik weet het al:
  • Wat ben ik toch BRILJANT dat ik dat zomaar bedenk
  • Een lekker kippetje, natuurlijk! DUH!

Bon appétit!

LEES OOK: Dit puberjoch herstelt je vertrouwen in de mensheid

Foto  Monika Grabkowska on Unsplash

En opeens waren glitters uit de gratie (thank god)

Op slag was het gebeurd: de veegshirts, glitters en eenhoorns bleken uit, zwart was in. Dan kun je als moeder maar één ding doen: zo veel mogelijk geld stukslaan op nieuwe outfits.

Ik had het totaal niet doorgehad, maar een moeder in de klas vertelde boven een bel wijn dat haar dochter was veranderd. Alles moest opeens zwart zijn. Qua kleding. En stoer. Ik schrok. Deze kleine overgang in het leven van meisje-meisje naar meid had ik blijkbaar even gemist. Waar ik mijn dochter nog naïef roze-hysterisch naar school stuurde, bleek opeens de omslag in de klas te zijn geweest waarbij eenhoorns, glitters en andere girly stylo wel heel begin 2019 waren. Fúck?! Hoe kon ik, enorme modekenner die ik ben, deze overgang gemist hebben? Daar waar ik er wél bijzonder vroeg bij was geweest met de teddy-fluffy-jassen-trend, guitige broekpakken en kniehoge sokken, had ik nu toch echt steken laten vallen. Mijn fashion radar had deze clue gemist. Het duurde precies tot de zaterdag die erop volgde dat ik Puk meesleurde naar het dichtsbijzijnde winkelcentrum, want glitters was ik al een tijdje zat en ik houd toevallig erg van zwart (en wit).

Biker boots

We begonnen in de eerste de beste winkel die we tegenkwamen. Dat bleek een schoenenwinkel te zijn. ‘Wat wil je?’ vroeg ik Puk. Ze kreeg blosjes op haar wangen. ‘Van die stoere zwarte laarsjes, mama,’ zei ze, en ik kreeg een brok in mijn keel. We liepen naar de stoere zwarte laarsjes, waar de winkel in bleek te grossieren. Biker boots waren niet alleen de trend bij mijn hippe millennial nichtjes, ook voor meisjes van bijna acht bleken ze té hip en in werkelijk alle soorten en maten te koop (vanaf €59,95). Met lakleer, lange veters, Dr Martens-achtig chunky, met simpel tijgerrandje: ik keek mijn ogen uit. Puk koos drie exemplaren, en we concludeerden dat die met de ster en veters toch echt de leukste waren. En d’r zat zowaar nog een beetje glitter in ook, in zowel die ster als de veter. Dat maakte de overgang van glitter naar stoer wat milder. Dolblij huppelden we de Zara in.

‘Ik moest me vastgrijpen aan de rekken om niet ter aarde te storten van opwinding’

In de Zara was ik lang niet geweest. Want duurzaam willen leven en Zara gaan niet goed samen, en dus was een vintage winkel voor mij tegenwoordig meer bon ton en comme il faut dan zo’n grote modeketen met kleine prijzen voor kledingstukken door kleine kinderhandjes in elkaar gejast. Maar ja, een heel nieuwe outfit voor madam, dat was vintage toch iets te lang zoeken, en geheel milieubewust nieuw toch niet toereikend voor onze portemonnee. Dus stonden we toch tussen de overvolle rekken ramvol hippe kledingstukken.
Ik keek om me heen, snoof de geur van goedkoop textiel op en voelde iets in mij opleven wat ik niet meer had gehad sinds mijn laatste keer in de Action: gelukzalige inhaligheid. Ik wilde meer. Meer, méér, mééééér! Die prijzen! Die modellen! Kijk nou, Puk, wat enig! Ik moest me vastgrijpen aan de rekken om niet ter aarde te storten van opwinding. Ik ontwaarde een vleugje Isabel Marant hier, een snufje Temperly London daar, a dash of Stella McCartney all over the place. ‘Puk, we gaan aan de bak, meid,’ joelde ik, en ik riste van de rekken wat ik maar kon vinden.

Begerende blik

Waar Puk zich tot nu toe kledingwinkelbezoekjes liet welgevallen in dezelfde mate als een bezoekje aan de plaatselijke buurtsuper, opeens zag ik het in haar ogen. Die begerende blik. Voor dat ene witte bloesje met volants. Voor dat zwarte spijkerrokje met gescheurde plekjes. Voor die vaalroze trui die geweldig combineerde met het korte overslagbroekje van tweed. Alles was te gek. Alles was enig. Ik zag die blik, die blik die zei: hierin voel ik me goed. Die blik die ik zelf ook zo vaak in mijn leven had gehad. Wat gunde ik mijn dochter het plezier dat een nieuw kledingstuk kan geven. Met drie complete sets verlieten we de winkel. Ik overigens met licht bloedend hart, want het Zadig & Voltaire-achtige rock chic-shirtje wilde mevrouw niet, terwijl ik die nou juist zo cool vond. Je kunt niet alles hebben in het leven, bleek maar weer.

Oeps

Verzadigd verlieten we de winkel. Mijn dochter was van een meisje getransformeerd in een cool chickie, met zwarte laarsjes, vaalzwarte jeans en witte hippe blouse. Apetrots ging ze naar school. Na één keer wassen, bleek de rits van de vaalzwarte jeans kapot. Want zo gaan die dingen. Bij de Zara. Dat blijkt toch een soort Russisch Roulette, qua product life cycle.
Tja.

LEES OOK: Waarom je de tandarts nooit moet vertrouwen

Q&A met Sinterklaas: ‘Doodmoe word ik van dat gezeik over mijn Pieten’

Hij heeft nog niet eens officieel voet aan wal gezet, maar ik wist ‘m te strikken voor een korte Q&A: Sinterklaas! Een gesprek met de Goedheiligman over Pietengezeik, de angst voor de Kerstman en zijn eigen verlanglijst: ‘Een beetje meer verdraagzaamheid is alles wat ik wens.’

Lees verder “Q&A met Sinterklaas: ‘Doodmoe word ik van dat gezeik over mijn Pieten’”